DIN, ANSI en JIS flenzen: wat zijn de verschillen?
In industriële leidingsystemen is de keuze voor het juiste flenssysteem erg belangrijk voor de uitvoering van onderhoud en het bewaren van de veiligheid. De flenzen moeten namelijk precies op elkaar en op het leidingsysteem aansluiten.
Toch werken niet alle systemen hetzelfde. De meest gebruikte internationale standaarden zijn DIN (EN), ANSI (ASME) en JIS. In dit artikel leggen we uit wat ze betekenen, hoe ze verschillen en waarom dit essentieel is bij het werken met steekflenzen en blindflenzen.
Wat zijn DIN, ANSI en JIS?
DIN, ANSI en JIS zijn internationale normen die bepalen hoe flenzen worden ontworpen en toegepast in leidingsystemen.
Ze specificeren onder andere:
- afmetingen van flenzen
- boutcirkel en boutgaten
- drukklassen
- afdichtingsvlakken
- materiaaleisen en toleranties
Hoewel ze hetzelfde doel hebben, het verbinden van leidingen, zijn ze technisch niet onderling uitwisselbaar.

DIN (EN 1092-1): Europese standaard
DIN-flenzen, tegenwoordig grotendeels vastgelegd in de EN 1092-1 norm, zijn de standaard in Europa.
Kenmerken:
- Metrisch systeem
- Drukklassen: PN6, PN10, PN16, PN25, PN40 en hoger
- Compact ontwerp vergeleken met ANSI
- Veel toegepast in water, HVAC en chemische industrie
Begrijp de specificaties:
- Een DN100 PN16 flens betekent:
- DN = nominale diameter (100 mm)
- PN16 = maximale druk van 16 bar (afhankelijk van temperatuur en materiaal)
DIN-systemen zijn zeer gestandaardiseerd binnen Europa en daardoor veel gebruikt in industriële installaties.
ANSI / ASME: de internationale olie & gas standaard
ANSI-flenzen (ASME B16.5) zijn dominant in de Verenigde Staten en wereldwijd in de olie- en gasindustrie.
Kenmerken:
- Inch-gebaseerd systeem (bijv. 4”, 6”, 8”)
- Drukklassen: Class 150, 300, 600, 900, 1500, 2500
- Zwaardere en robuustere flensconstructies
- Veel gebruikt in high-pressure toepassingen
Een belangrijk verschil:
De Class-waarde (bijv. Class 150) is geen directe druk in bar of psi. De daadwerkelijke toegestane druk hangt af van temperatuur en materiaal.
ANSI-flenzen worden vaak toegepast in internationale EPC-projecten en petrochemische installaties.


JIS: Japanse industriestandaard
JIS-flenzen worden veel gebruikt in Japan en in Aziatische industriële toepassingen, zoals scheepsbouw en OEM-machines.
Kenmerken:
- Metrisch systeem met eigen maatvoering
- Drukklassen: 5K, 10K, 16K, 20K, 30K
- Vaak lichter ontworpen dan ANSI-flenzen
- Specifieke toleranties en afmetingen
JIS-systemen zijn minder gangbaar in Europa, maar komen vaak voor in geïmporteerde machines en installaties.
Waarom zijn ze niet uitwisselbaar?
Een veelgemaakte fout is aannemen dat flenzen met vergelijkbare diameters (bijv. DN100 en 4”) zomaar op elkaar passen. In de praktijk komt er meer bij kijken om te zorgen dat de flenzen een veilige verbinding vormen.
De belangrijkste verschillen tussen de systemen zitten in:
- boutcirkel (PCD)
- aantal en diameter van boutgaten
- flensdikte
- pakkingvlak (seal face)
- drukontwerp
Door deze verschillen maken zelfs kleine afwijkingen een veilige afdichting onmogelijk.
Welke standaard moet ik kiezen?
De keuze hangt volledig af van de toepassing:
- DIN / EN: Europese installaties en utiliteit
- ANSI / ASME: olie & gas, internationale projecten
- JIS: Aziatische machines en scheepsbouw
In veel industriële projecten is de standaard al vastgelegd in het ontwerp: afwijking is dan niet mogelijk zonder adapters of herontwerp.

Conclusie
DIN, ANSI en JIS lijken op elkaar, maar zijn technisch volledig verschillende systemen. Het begrijpen van deze verschillen is essentieel voor het creëren veilige en betrouwbare flensverbindingen. Voor toepassingen zoals blindflenzen en steekflenzen is correcte normkeuze niet alleen een technische vereiste, maar ook een veiligheidsfactor.